Wanneer onze klimaatministers deze week landen in Belém, in het hart van het Amazonegebied, staan ze voor een cruciale taak. Tien jaar na Parijs kraakt de internationale klimaatarchitectuur. De terugkeer van Trump geeft fossiele lobby’s wereldwijd nieuwe adem, wakkert klimaatscepsis aan en bundelt conservatieve en extreemrechtse krachten. Ondertussen groeit de kloof tussen de beloften van landen en wat nodig is om de 1,5°C-doelen te halen. De wereld kijkt naar dit moment met de ongemakkelijke vraag: kunnen we dit nog keren? Voor België is de vraag concreter: wil ons land een rol van betekenis spelen, of verschuilt het zich opnieuw achter de kleinste gemene deler?
De tweede week: waar alles kan kantelen
De startpositie is alvast allerminst om over naar huis te schrijven. In plaats van zich te scharen achter de ambitieuze EU-lidstaten, kozen Belgische ministers bij de onderhandelingen over het 2040-klimaatdoel de zijde van Polen en Hongarije, precies de landen die al jaren de rem op klimaatbeleid vormen. Het Internationaal Gerechtshof herinnerde landen deze zomer nochtans – na een zaak aangespannen door jongeren uit Tuvalu – scherp aan hun plichten: staten zijn juridisch verplicht de klimaatcrisis te voorkomen én samen te werken. Intussen raast de klimaatcrisis verder. De supertyfoon in de Filipijnen, met meer dan tweehonderd dodelijke slachtoffers, is de zoveelste harde herinnering aan de prijs van vertraging. Achter ieder cijfer schuilen verwoeste huizen en mensenlevens. Een mislukking van deze COP is dan ook geen optie.
Toch is de situatie niet hopeloos. Ministers hebben nog steeds de ruimte om koers te zetten, als ze de moed vinden om verantwoordelijkheid te nemen. Voor België liggen drie hefbomen klaar: een geloofwaardig pad voor de uitfasering van fossiele brandstoffen, een rechtvaardige transitie die sociaal draagvlak bouwt, en een duidelijk engagement voor voorspelbare adaptatiefinanciering.
Fossiele brandstoffen: de realiteit in de grond, niet in speeches
De temperatuur blijft stijgen, mede omdat landen fossiele brandstoffen blijven ontginnen en verbranden. Steenkool, olie en gas blijven wereldwijd de grootste bron van CO₂-uitstoot,
ondanks de groei van hernieuwbare energie. Een echte transitie vraagt daarom een concreet en geloofwaardig tijdspad voor uitfasering. Op COP30 liggen voorstellen op tafel die verder gaan dan vage woorden: Colombia lanceerde een verklaring om fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen, en Brazilië werkt aan een gelijkaardig initiatief. België moet deze voorstellen actief steunen en zo een duidelijk signaal geven aan landen en investeerders dat fossiele brandstoffen tot het verleden behoren.
Rechtvaardige transitie: de enige manier waarop het werkt
Klimaatbeleid dat mensen achterlaat, faalt. In de havens van Antwerpen, in mijnbouwregio’s wereldwijd, en in landbouwgebieden onder druk: wie de transitie samen met mensen uitvoert in plaats van naast hen, bouwt draagvlak, stabiliteit en vertrouwen. De onderhandelingen draaiden de voorbije week rond precies dat punt: een internationaal mechanisme dat inspraak, arbeidsrechten en sociale bescherming verankert. Als Belém zo’n kader oplevert, winnen zowel werknemers als de effectiviteit van het beleid. Peilingen tonen bovendien: mensen steunen klimaatmaatregelen, maar alleen als ze eerlijk zijn.
Adaptatie: jarenlang genegeerd, vandaag dringender dan ooit
Solidariteit is geen optie, maar een noodzaak. Van Peru tot Congo en de Filipijnen voelen gemeenschappen al jaren de gevolgen van een falend klimaatbeleid. Toch is adaptatie – bescherming tegen droogtes, overstromingen en andere klimaatrampen – jarenlang politiek én financieel verwaarloosd gebleven. De jaarlijkse noden stijgen richting 300 miljard dollar tegen 2035, terwijl er nu minder dan twintig miljard beschikbaar is.
Ondanks mooie woorden voor solidariteit, vertellen recente besparingen in Europa, de VS en ook België een ander verhaal. Dat voedt wantrouwen. COP30 biedt de kans om dat te doorbreken: de adaptatiekloof moet eindelijk worden gedicht met nieuwe middelen en concrete doelstellingen. België moet hierin actief bijdragen. Liever vandaag dan morgen.
België’s keuze in het Trump-tijdperk
In het Trump-tijdperk moet België duidelijk maken aan wiens kant het staat. Achter Parijs. Achter wetenschap. Achter solidariteit. Samen met Europese voorlopers moet het tonen dat rechtvaardigheid en mondiale ambitie twee kanten zijn van dezelfde medaille. Doen ze dat niet, dreigt COP te ontsporen – en speelt ze daarmee rechtstreeks in de kaart van mensen zoals Trump, die wereldwijd klimaatscepsis aanwakkeren en wetenschap aan de kant schuiven.
CONTACTS
Laurence Rouffart – Medewerker communicatie: pbz-cerff@pbnyvgvbapyvzng.or
Nadia Cornejo, ter plaatse in Belem: anqvn.pbearwb@terracrnpr.bet



